Actieplan Weidevogels

GRN Consultancy Thomas Zeitler Actieplan Weidevogels

Thomas Zeitler, researcher GRN Consultancy

Sinds de invoering van ANLb in 2016 zijn er allerlei maatregelen uitgevoerd ten voordele van de Weidevogels binnen de Wvk-gebieden. Een van de meest voorkomende maatregel is het verminderen van  houtopslag binnen en rondom de Wvk-gebieden. Dit heeft als primaire functie het afnemen van schuil mogelijkheden van predatoren. Naast het aanleggen van plas-drassen wordt er ook geïnvesteerd in drones voor het inventariseren van weidevogels en nesten.

Uitgevoerde maatregelen en beheer in de Slaag

In de afgelopen vijf jaar zijn er in de Slaag bij verschillende percelen greppel-plas-drassen aangelegd. Volgens Wilhelm Bos zijn er in totaal 80 greppel-plas-drassen in heel collectief Eemland, verwacht werd dat dit aantal niet hoger meer zou uitkomen. Dit omdat het aantal agrariërs dat meedoet aan ANLb en andere vormen van weidevogelbeheer niet gegroeid is dit jaar. Echter, werd hij verrast dat er voor volgend jaar tien nieuwe greppel-plas-drassen zullen worden gerealiseerd. Dit zal het totaal aantal greppel-plas-drassen op 90 brengen in 2022. Naast de aanleg van  reppelplas-drassen zijn er in het gebied op verschillende plekken houtopslag en ook bomen verwijderd om het landschap meer open te maken. Ook is er daarnaast geïnvesteerd in afrastering tegen vossen en worden er ook vossen geschoten. Verder zijn er door middel van het POP3 en andere subsidies drones aangeschaft binnen het collectief om weidevogels en nesten te inventariseren. Deze drones werken met infraroodcamera’s, volgens Wilhelm Bos kan dit echter alleen in de ochtend worden gebruikt, dan zijn er namelijk duidelijke verschillen tussen de temperaturen van de eieren en die van de omgeving. Daarnaast is er voor 1,2 miljoen geïnvesteerd in weidevogelbiotoop binnen Eemland. GRN Consultancy zelf is benieuwd naar deze ontwikkelingen in drones en inventarisatie en ziet mogelijkheden voor het automatiseren van dit proces.

Ook gaf Wilhelm Bos aan in zijn verhalen over de greppel-plas-drassen tijdens het interview aan dat in de praktijk de afgesproken of geplande omvang van deze plas-drassen niet altijd overeenkomen met de realiteit. “Hiervoor moet iemand om deze dras-plas heenlopen met een GPS om de oppervlakte te berekenen.” Wilhelm vertelde dat dit ook met een drone zou moeten kunnen. Ook hierin zijn mogelijkheden voor automatisering. In de aanbeveling zal hier verder worden ingegaan op de mogelijkheden van automatische herkenningen van vogels en nesten en het berekenen van de omvang van plas-dras. Daarnaast wordt er op verschillende plekken beweid om meer variatie te creëren in het boerenlandschap. Ook wordt er geïnvesteerd in drones voor het inventariseren van weidevogels, vooral voor de nesten, en wordt er gekeken naar nieuwe technieken en innovaties ter ondersteuning van het weidevogelbeheer. Al deze elementen worden toegepast om de (broed) populaties van de weidevogels te versterken.

Overzicht populatie drie kerngebieden

Om te kunnen oordelen of, waar en hoe eventuele maatregelen en/of verandering in beleid kunnen worden toegepast binnen de Wvk-gebieden, is het noodzakelijk om een overzicht te creëren van de huidige populaties van de weidevogels binnen deze gebieden. Om dit te doen is data aangevraagd bij de provincie Utrecht. In 2016, 2019 en 2021 is er weidevogelmonitoring uitgevoerd door SOVON voor de populaties van weidevogels. De methode die hiervoor is gebruikt is het Broedvogel Monitoring Project (BMP).

Grutto

Bij de Grutto zijn over de jaren aantallen territoria meestal gegroeid. Hierbij is gekeken naar de data van 2016, 2019 en 2021. Weidevogelinventarisaties van Wvk-gebieden worden per drie jaar uitgevoerd. De meting van 2021 is een uitzondering hierop. Dit komt omdat er een nieuw beleid wordt geschreven in 2022 met betrekking op weidevogels, hierdoor is de meting van 2022 een jaar vervroegd.

Scholekster

Naast de Grutto is ook gekeken naar de aantallen van de Scholekster. In de laatste jaren is deze soort steeds verder in stedelijke gebieden getrokken door intensivering van de landbouwgronden. Deze soort is daardoor steeds vaker te zien in stedelijke gebied, met name op meubelboulevards, bedrijvenparken en daken van flats met platte daken bedekt met grind. Echter, van oorsprong is de Scholekster ook een weidevogel soort. Ook bij deze soort is gekeken naar het aantal territoria binnen drie Wvk-gebieden.

Tureluur

Een andere typische weidevogel is de Tureluur. Het is een soort die vooral goed gedijt in vochtige landschappen die kruidenrijk zijn en laat gemaaid
worden. Ook slootjes, greppels en plasdras zijn ideaal voor deze soort. Volgens SOVON nemen de aantallen van deze soort, net als vele andere weidevogels als broedvogel, af. Daarnaast staat de tureluur ook op de Nederlandse rode lijst net als de Grutto.

Kievit

Als laatste wordt er gekeken naar de territoria aantallen van de Kietvit. In vergelijking met de andere drie weidevogels is de Kietvit een soort met een veel hoger aantal broedparen in Nederland (110.000-160.000 in 2013-2015). Ter vergelijking: Tureluur, 17.000-20.000, Grutto, 31.000-38.000 en de Scholekster, 35.000-43.000 tussen 2013 en 2015. Ondanks de relatieve hoge aantallen neemt ook het aantal broedparen af in Nederland met minder dan vijf procent.

Beloningsysteem

Als laatst wordt er kort teruggekeken op de duurzaamheid. Wat hierbij vooral opviel tijdens de gesprekken met de agrariërs en de coördinatoren van de collectieven is dat er met veel enthousiasme wordt gesproken over weidevogels. Gespreken die van tevoren waren vastgesteld op een half uur of uur liepen uit door de vele verhalen over de weidevogels. Daarnaast zijn er genoeg agrariërs die zelfs verlies maken op het weidevogelbeheer, maar toch doorgaan. Een nieuw systeem voor flexibelere regeling en een beloningsysteem voor weidevogelbeheer zou daarnaast verder kunnen bijdragen aan een duurzame weidevogelpopulatie, waarbij de balans tussen people, planet en profit beter tot zijn recht zou komen.